logo
    Spoed?
    0418-671802

    Maak een afspraak!
    0418-671802

Voor een aantal ziekten bij de hond en kat zijn vaccinaties beschikbaar. Veel van deze aandoeningen komen gelukkig niet veel meer voor in Nederland, maar kunnen wel ernstige ziekten veroorzaken, waardoor inenten belangrijk blijft.

Pups en kittens krijgen van de moeder anti-lichamen mee. Deze geven in de eerste levensweken bescherming. Echter deze anti-lichamen nemen gedurende de tijd af, waardoor de noodzaak voor het jonge dier bestaat om zelf anti-lichamen te maken. Hiervoor geven we de dieren vaccinaties.

Hond

Bij honden worden er in ieder geval inentingen gegeven voor:

  • Parvo (CPV)
  • Hondenziekte (CDV)
  • Leverziekte (HCC)
  • Para-influenza (PI)
  • Ziekte van Weil (Leptospirose)

Daarnaast kan het nodig zijn de hond te vaccineren voor:

  • Kennelhoest (Bordetella bacterie) bij bezoek aan kennels, pensions, cursussen etc
  • Rabiës (hondsdolheid) indien uw hond meegaat naar het buitenland.                                                                                     

Pups worden gevaccineerd op een leeftijd van 6, 9 en 12 weken. De tijd dat er nog anti-lichamen van de moeder zijn is voor elke pup anders, bij de ene pup zijn ze op 6 weken al verdwenen, bij de andere pup duurt dat langer. Als er op moment van inenting nog antilichamen van de moeder aanwezig zijn in het lichaam van de pup, “vangen deze de enting op” waardoor de pup zelf geen antistoffen aanmaakt. Het is daarom van belang dat de pups meerdere vaccinaties krijgen.

Een jaar na de laatste puppy-enting worden de honden opnieuw gevaccineerd. Vervolgens moet in ieder geval de ziekte van Weil enting jaarlijks herhaald worden. Parvo, hondenziekte, leverziekte en para-influenza kunnen meestal eens in de 3 jaar worden gegeven.

Wanneer de hond meegaat naar het buitenland, is het verplicht hem of haar in te enten tegen rabiës. Daarnaast moet de hond gechipt zijn en een Europees paspoort bezitten. De inenting moet minstens 3 weken voor vertrek zijn toegediend. Let op! Sommige landen stellen aanvullende eisen, bijvoorbeeld een bloedtest of met betrekking tot ontworming. Uitgebreide informatie over reizen met uw huisdier vindt u op www.licg.nl.

Als de hond kennels, shows, pensions of puppycursussen bezoekt is een enting voor kennelhoest aan te raden en in sommige gevallen zelfs verplicht.

Kat

Katten worden in ieder geval gevaccineerd voor:

  • kattenziekte
  • niesziekte

Daarnaast kunnen de katten indien gevaccineerd worden voor:

  • bordetella bacterie
  • rabiës (hondsdolheid)

De tijd dat er nog anti-lichamen van de moeder aanwezig zijn bij het kitten is voor elke kitten verschillend. Het is daarom van belang dat de kittens meerdere vaccinaties krijgen. Zij worden daarom gevaccineerd op een leeftijd van 9 en 12 weken, waarna de enting jaarlijks herhaald wordt.

Bij bezoek aan pensions of catteries is de vaccinatie voor bordetella aan te raden of zelfs verplicht. Indien uw kat mee naar het buitenland gaat, moet de kat ingeënt zijn voor rabiës en daarnaast een chip en een Europees paspoort hebben.

Konijn

De twee meest voorkomende konijnenziektes bij zowel wilde als tamme dieren zijn myxomatose (konijnenpest) en het viraal haemorrhagisch syndroom (VHS).
Deze virussen verspreiden zich razendsnel en is uw konijn eenmaal geïnfecteerd, dan overleeft hij de ziekte vaak niet. Gelukkig kunt u uw konijn tegen beide virussen beschermen door het elk jaar te laten vaccineren.

Wanneer en waarom vaccineren?

Zowel VHS als myxomatose kan dodelijk zijn voor uw konijn en voor beide ziektes bestaan geen medicijnen. Door uw konijn jaarlijks te laten vaccineren voorkomt u dat uw dier ziek wordt. Het voorjaar (de tijd van de insecten) is de beste tijd om uw konijn te laten inenten.
Konijnen kunnen worden ingeënt als ze vijf tot tien weken oud zijn, afhankelijk van het vaccin dat wordt gebruikt. Daarna is een jaarlijks prikje voldoende om uw huisdier goed te beschermen.
Voor dwergkonijnen gelden soms andere adviezen. Neem voor meer informatie contact met ons op.

Symptomen RHD

VHS wordt ook wel ‘rabbit haemorrhagic disease’ (afgekort RHD) of ‘viral haemorrhagic disease’ (afgekort VHD) genoemd. Er bestaan twee varianten van de ziekte: RHD1 en RHD2. Het verschil zit vooral in de termijn waarop een konijn symptomen krijgt en de leeftijd.
Sommige konijnen met RHD overlijden zonder enige symptomen te hebben vertoond, anderen krijgen:

  • koorts;
  • moeite met ademhalen;
  • of problemen met het zenuwstelsel.

VHS- of RHD  wordt verspreid via direct contact tussen konijnen, maar ook indirect door geïnfecteerde ontlasting, urine en bloed en via voedselbakjes, schoenen en kleding.
Of via stekende insecten. Ook konijnen die niet buiten komen kunnen dus besmet raken.
RHD is een hardnekkig virus. Daarom is het belangrijk om uw konijn elk jaar te laten vaccineren tegen beide varianten.
Vertoont uw konijn symptomen van RHD? Zet het konijn dan meteen apart van andere konijnen en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts.
Vaak overleeft een konijn deze ziekte niet, maar door goede hygiëne kunt u wel voorkomen dat het virus zich verder verspreidt.

Symptomen Myxomatose

Uw konijn kan vetaderm krijgen als hij gebeten of gestoken wordt door besmette muggen, steekvliegen of vlooien.
Ook direct contact tussen konijnen kan de ziekte overdragen. U kunt konijnenpest herkennen aan de volgende symptomen:

  • ontstoken ogen die rood zijn en etteren;
  • vastgeplakte oogleden;
  • en verdikkingen in de huid rond de ogen, snuit, oren of anus.

Helaas overleven konijnen myxomatose meestal niet. Ook voor deze ziekte is het daarom belangrijk om uw konijn jaarlijks te laten inenten en maatregelen te nemen om te voorkomen dat de ziekte zich kan verspreiden.
U kunt het risico op besmetting verder verkleinen door uw konijn te beschermen tegen bijtende insecten.
Behandel uw konijn regelmatig met een vlooienmiddel en dek het hok eventueel af met een muskietennet.